Claudicatio Intermittens

Bij Claudicatio Intermittens (etalagebenen) is er sprake van een vernauwing van de slagaders in de benen en/of onderbuik, meestal ten gevolge van slagaderverkalking. Hierdoor ontstaat er tijdens het lopen pijn in de voet, kuit, dijbeen of bil. Dit is afhankelijk van de plaats van de vernauwing in het bloedvat. Mensen ervaren deze pijn meestal als een soort kramp, branderig -, beklemmend - en moe gevoel in het been.  Het moment waarop deze klachten optreden is vaak na een bepaalde afstand lopen,  sneller lopen of als men tegen een helling op moet lopen.  Zodra men stil gaat staan zakken de klachten binnen korte tijd weer volledig weg.

Slagaderverkalking is een onderdeel van het ouderdomsproces. Door de jaren heen worden de bloedvaten minder elastisch, stug en dik. De binnenkant van de slagader raakt beschadigd door het afzetten van vetten en kalk, dat door het bloed vervoerd wordt. Hierdoor worden de bloedvaten steeds nauwer. Vaak is het een langzaam sluimerend proces voordat er klachten optreden. De eerste klachten komen meestal tijdens inspanning, bijvoorbeeld tijdens lopen of traplopen. Op dat moment heeft het lichaam een grotere energievraag.  Deze energie wordt verkregen door een snellere toevoer van zuurstofrijk bloed in de betreffende weefsels, bijvoorbeeld de benen.  Door een vernauwing van het bloedvat kan het lichaam niet meer in staat zijn voldoende zuurstofrijk bloed aan te voeren waardoor er een soort krampende pijn in het been ontstaat, waardoor men regelmatig moet stilstaan.  Door het tekort aan zuurstofrijk bloed in de spieren, bij inspanning, produceren de spieren verzurende afvalstoffen welke leiden tot de krampende pijn in het been waardoor men moet stoppen.

De behandeling: De eerste keus voor de behandeling van patiënten met Claudicatio Intermittens is looptherapie. Er is wetenschappelijk aangetoond deze conservatieve behandeling, waarbij patiënten worden gestimuleerd veel te lopen, leidt tot verbetering van de loopafstand bij mensen met Claudicatio Intermittens.

Er is veel onderzoek gedaan waarin looptherapie werd vergeleken met andere vormen van behandeling. Uit alle onderzoeken bleek dat de maximale pijnvrije loopafstand, na looptherapie duidelijk verbeterd was (tot 210%). Het beste resultaat werd behaald als er deels onder begeleiding van een speciaal geschoolde fysiotherapeut, minimaal 3x per week werd getraind. Een bijkomend voordeel is dat de fysiotherapeut dan ook aandacht kan besteden aan de leefstijlveranderingen die nodig zijn om het risico op verdere problemen te verminden.  Naast het verbeteren van de loopafstand zal het uithoudingsvermogen en het looppatroon worden verbeterd en de eventuele angst voor inspanning worden overwonnen.

Tijdens de looptherapie wordt er in een stevige wandelpas geoefend op het lopen van steeds grotere afstanden. Voor het beste resultaat dient men minimaal 5 keer per week, maar het liefst dagelijks, te oefenen. In het begin wordt er 2-3x per week onder begeleiding van de fysiotherapeut getraind, waarna dit wordt afgebouwd en de patiënt steeds meer het lopen in zijn actieve leefstijl integreert en zelfstandig zal trainen. Door telkens door de pijn heen te lopen en door te lopen tot net voor de maximale pijngrens zal de loopafstand worden vergroot.